Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Tolkowsky, Denise

Brighton (GB), 11/08/1918 > Antwerpen, 09/03/1991

Biografie

Tolkowsky, Denise

door Lien Alaerts

Pianiste en componiste Denise Tolkowsky werd geboren in Brighton, waar haar familie vanuit Antwerpen naartoe was gevlucht bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het artistieke zat haar in de genen: haar vader Samuel Tolkowsky, een diamanthandelaar, was een hartstochtelijke muziekliefhebber; haar moeder, Anna Kennes, was een Vlaamse actrice bij de Koninklijk Vlaamse Opera. Denise kreeg op zeer jonge leeftijd pianoles van haar zus. Haar talent kwam al vroeg tot uiting want op zesjarige leeftijd behaalde zij in een nationale pianowedstrijd in Antwerpen een ”diplôme superieur”. Op aanraden van haar pianolerares, mej. Jean, begon Denise op twaalfjarige leeftijd met haar studies aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Daar studeerde ze notenleer bij Julius Schrey en Hendrik Van Schoor, harmonie bij mevrouw Dermul en Edward Verheyden, contrapunt en fuga bij Karel Candael en compositie en orkestratie bij Flor Alpaerts, met hoge onderscheidingen. Ze behaalde haar diploma’s voor harmonie bij Edward Verheyden (1937), voor piano bij Emmanuel Durlet (1938), voor kamermuziek (1938) en voor contrapunt (1939). Daarna behaalde ze het getuigschrift voor letterkunde en kunstgeschiedenis (1939) en won ze een tweede prijs fuga bij Karel Candael (1940). 

De Tweede Wereldoorlog belette haar om mee te dingen naar het hoger diploma piano. Als Joodse was ze genoodzaakt haar studies stop te zetten en uit Antwerpen weg te vluchten. Samen met haar echtgenoot Alex De Vries dook ze onder in een klein kelderkeukentje in Gent, waar ze veel liederen en verscheidene pianostukken schreef. Na de bevrijding keerde het echtpaar terug naar Antwerpen maar hun carrière kwam slechts langzaam terug op gang. Ze traden samen op in binnen- en buitenland, waarbij ze pianowerken voor vier handen vertolkten, en kregen geleidelijk aan terug voet aan de grond. Alex De Vries werd in 1946 benoemd als klavierleraar aan het Conservatorium te Gent en Denise Tolkowsky had zich terug opgewerkt tot een graag gehoorde pianiste. Daarnaast gaf ze privélessen piano en compositie en tussen 1947 en 1949 was ze muziekdirectrice van de Belgische Balletten, een groep dansers en danseressen uit de Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen. Ze was ook journaliste en publiceerde vaak over festivals en bekende musici.

In 1964 pleegde haar echtgenoot zelfmoord. Om zijn levenswerk verder te zetten, richtte ze na zijn dood het Fonds Alex De Vries op om jonge musici te steunen. De eerste tien jaar van het bestaan werkte het Fonds de komst van buitenlandse studenten (Russen, Bulgaren en Japanners) in de hand die aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium het speciale hoger diploma voor viool kwamen behalen. Denise Tolkowsky stelde haar huis open voor jonge talentvolle musici uit binnen- en buitenland, om hen te stimuleren en te begeleiden. Heel wat van die studenten volgden een opleiding aan het Conservatorium. Voor meer dan duizend musici heeft zij zo regelingen getroffen. 

Vanaf 1979 zette ze zich in voor de vereniging ‘Live Music Now’ en nam er vanaf 1980 de functie van directrice voor de Vlaamse regio waar. ’Live Music Now’ werd door Sir Yehudi Menuhin opgericht om beginnende musici de mogelijkheid te bieden concerten te geven op plaatsen waar dit nooit gebeurde zoals in ziekenhuizen, fabrieken, hotels, tehuizen, etc. Tolkowsky stichtte ook de prijs De Vries-Tolkowsky. Deze prijs werd uitgereikt aan de student van het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen die het hoogst aantal punten behaalt voor het hoger diploma piano. In 1982 ontving ze een gulden gedenkpenning voor de titel “Vrouw van de Wereld”, een prijs uitgereikt door de Unesco.

Denise Tolkowsky begon op haar vijftiende met haar eerste composities. Haar eerste werken deden denken aan Claude Debussy en Maurice Ravel maar werden na een tijd sterker beïnvloed door Béla Bartók. Voor Hulde aan Bartók (1950) gebruikte ze bijvoorbeeld geen enkel thema van de Hongaarse componist, maar ze spiegelde zich wel aan zijn stijl en uitdrukkingskracht. Obsederende ostinato’s en vitale ritmen en melodieën scheppen een gevarieerde sfeer vol expressiemogelijkheden. Dit werk werd bekroond in Italië op het internationaal concours Viotti. Later zal zij zich distantiëren van haar voorbeelden om haar composities een persoonlijke toets te geven die haar zal leiden naar het expressionisme. Zo schreef ze het Pianoconcerto (1958) voor haar echtgenoot. Het is een werk in een briljante en virtuoze stijl met scherpe tegenstellingen in het ritme en soms een beklemmende dramatische inhoud.

Haar oeuvre bestaat verder uit orkestwerken zoals het Adagio (1938) voor strijkers, gebouwd op het oud Vlaamse lied Ghequetst ben ic van binnen met persoonlijke toetsen zoals de structurele behandeling van het volkslied en de licht moderne toonspraak, en Concertino (1958) voor fluit en strijkorkest. Ook op vlak van kamermuziek en vocale muziek blonk ze uit. Met de cantate Het Kamp (1939) voor mezzosopraan en orkest op een tekst van M. Coole wilde ze bewust reageren tegen de traditionele Vlaamse romantiek. Dit was tevens het eerste werk waarin haar persoonlijke, expressionistische stijl begint open te bloeien. Tot slot componeerde ze nog enkele balletten: Van ’t kwezelke (1934), Concentratiekamp (1945-1946), De aarde en de mensen (1947) en Het harstspel (1950). Het  ballet Van ’t kwezelke werd in 1931 bekroond op de Internationale Danswedstrijd in Brussel.

De oprichting van het fonds en de organisatieproblemen die daarmee gepaard gingen, zorgden ervoor dat Denise Tolkowsky veel minder componeerde. Buiten een Preludium op de naam Emil Gilels is er die eerste jaren (vanaf 1966) geen enkel werk van haar terug te vinden.

Denise Tolkowsky’s werk werd doorheen de jaren meer en meer gekleurd door een expressionistische stijl, gekenmerkt door kortademige thematiek, hoekige melodierudimenten, agressieve ritmiek met syncopische accenten, indringende klankvolumes en een bijna consequente atonaliteit. Haar stijl verkreeg verder een mannelijke robuustheid door scherpe tegenstellingen en ostinate herhalingen. De oorlog had wonden nagelaten bij Denise Tolkowsky. Een aantal van haar werken dragen een titel die verwijst naar de gruweldaden van de oorlog: een cantate Het kamp, een ballet Concentratiekamp en een antifascistische zang Wee ze genaamd.

Het meest gespeelde stuk uit haar vooroorlogse periode is de Sonatine voor klavier. Haar composities werden tijdens haar leven regelmatig uitgevoerd in binnen- en buitenland (Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden, Denemarken, Zwitserland, etc.). Er zijn echter geen meldingen dat haar werk nu nog uitgevoerd wordt.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Lien Alaerts