Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Suremont, Jean Pierre

Antwerpen, 29/01/1762 > Antwerpen, 08/03/1831

Biografie

Suremont, Jean Pierre

door Piet Stryckers

Pieter Jan Suremont was een succesvol Antwerps handelaar, die in de muziek zijn passie vond, en in het componeren zijn artistieke uitlaatklep. Gedurende twintig jaar, van 1786 tot 1806,  werkte en woonde hij in Brussel. Hij was er  goed bevriend met Jean Engelbert Pauwels (1768-1804), violist en dirigent van de Muntschouwburg, en tevens een uitstekend componist. Mogelijk was het Pauwels die Suremont begeleidde bij zijn eerste stappen op het gebied van de compositie. Suremonts vroegste composities dateren van de eerste jaren van de 19e eeuw: wat kleine kerkmuziek en een opera ‘Les trois Cousines’. Terug in Antwerpen vanaf 1806, volgden dan snel een viertal grote miscomposities, en feestelijke psalmzettingen, telkens voor solisten, koor en groot orkest. Deze werken kenden uitvoeringen in de Antwerpse kathedraal en in andere grote kerken van de stad.

Na de woelige periode van het einde van de Franse overheersing, en de machtsovername door de Hollanders (1814-15), verwelkomde Suremont de nieuwe machthebber met een ‘Chant Patriotique Son A: R: Frederic Guillaume d’orange Nassau Prince Hereditaire des Pays-Bas’ (1815). Het nieuwe regime wilde actief de Nederlandse taal promoten, o.a. via compositiewedstrijden.  Bij een eerste, waar gevraagd werd muziek te componeren voor een Nederlands volkslied, viste Suremont achter het net. Maar in 1816 werd hij eerste laureaat in een wedstrijd uitgeschreven door ‘Société Royale des Beaux-Arts et de la Littérature de Gand’, met de cantate ‘Nederlands Zegenprael’, op tekst van Catharina Bilderdijk.  En enkele jaren later, in 1818,  bekroonde de 4e Klasse van het Koninklijk Instituut der Nederlanden zijn cantate ‘De Toonkunst’, op tekst van H.H.Klyn. Ook de Symfonie, die voorwerp uitmaakt van deze uitgave, was hoogstwaarschijnlijk Suremonts inzending voor een wedstrijd uitgeschreven in  Gent in 1820. Maar hierover later meer.

In het midden van de jaren 1820 hield Suremont zich bezig met iets heel anders, namelijk muziekgeschiedschrijving. Als antwoord op een prijsvraag uitgeschreven in 1824 door het Koninklijk Instituut der Nederlanden onderzocht hij het belang van de ‘Belgische’ componisten uit de 14e, 15e en 16e eeuw, en hun invloed op de latere ontwikkeling van de muziek. Zijn antwoord hierop, het enigste dat werd ingestuurd, werd in 1826 als verdienstelijk, maar onvoldoende geacht. In 1828 publiceert hij alsnog zijn bevindingen in een boekje: Opuscule Apologétique sur les mérites des célèbres musiciens Belges, inventeurs ou régénérateurs de la musique aux 14e, 15e et 16e siècles. 
Hiermee was hij een van de pioniers in het onderzoek naar wat we later de Vlaamse Polyfonisten zijn gaan noemen.

Stilaan begon Suremont meer en meer te schrijven voor harmonieorkest. Het vroegst dateerbare werk voor dit medium dateert uit 1812, maar vooral in de periode 1828-1830 ontstonden een hele reeks werken, geschreven voor de militaire orkesten van de Hollandse legerdivisies die o.a. in Antwerpen en Brussel gelegerd waren. Naast arrangementen  o.a. van ouvertures van Gluck en Paesiello, of delen uit symfonieën van Haydn, zijn er ook enkele originele composities, zoals een ‘Ouverture’ en een ‘Divertissement sur un thême de Herold. Variations e Polacca .