Mortelmans, Lodewijk

Antwerpen, 05/02/1868 > Antwerpen, 24/06/1952

Biografie

Mortelmans, Lodewijk

door Jan Dewilde

Mortelmans werd geboren in Antwerpen en werd er op zijn twaalfde koorknaap in de Predikherenkerk; daarnaast speelde hij ook al vroeg slagwerk in de Franse opera. Hij studeerde aan de Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen bij Joseph Tilborghs (contrapunt en fuga), Jan Blockx (harmonie en instrumentatie) en Peter Benoit (compositie). Omdat hij een einddiploma aan een Koninklijk Conservatorium wou behalen vroeg hij begin september 1887 zijn leraar Blockx te bemiddelen bij Arthur De Greef opdat hij in Brussel zou kunnen verder studeren. Op 27 september 1887 liet Mortelmans zich inschrijven aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel voor de pianoklas van De Greef en voor de cursus contrapunt van Hubert Ferdinand Kufferath. Dat Mortelmans zich bij Kufferath wou vervolmaken was duidelijk met het oog op deelname aan de Prix de Rome. Kufferath had immers de reputatie jonge componisten te kunnen klaarstomen voor deze prestigieuze staatsprijs voor muziek. Maar Mortelmans had het lastig in Brussel - ook al omdat het Antwerpse stadsbestuur hem een studiebeurs weigerde - en in september 1888 verliet hij het Brusselse Conservatorium.

Voor de muziekschool van Antwerpen was het belangrijk om zo vlug mogelijk een leerling te hebben die de Romeprijs won om zo het niveau van het onderwijs te bewijzen. Op Mortelmans rustte dus de druk om Benoits eerste leerling te worden die de prijs zou behalen. Toch was het buiten medeweten van Benoit dat hij in 1889 zijn kans waagde. Mortelmans getuigde later: "Benoit raadde mij af van te gaan, zeggende: 'ge zult wel iets halen, maar 't ware beter te wachten om ineens den eersten prijs te behalen.' Maar ik antwoordde dat ik er niet aan dacht iets te halen, maar dat ik slechts wou ondervinden hoe zulk een prijskamp verliep. Het is dan ook buiten weten van Benoit dat ik mij aangaf."

Benoit kreeg gelijk: Mortelmans moest zich tevreden stellen met een met Paul Lebrun gedeelde tweede prijs. Het was Paul Gilson die met zijn cantate Sinaï de eerste prijs behaalde. In 1891 waagde hij een tweede kans, maar deze keer gaf hij op nog vóór het einde van de voorbereidende proef. Hij was ziek en bovendien vreesde hij machinaties van de jury. Uiteindelijk behaalde hij dan in 1893 de zo begeerde prijs met de cantate Lady Macbeth. Voor Mortelmans was het evident dat hij voor zijn cantate de Nederlandse tekst koos: "Ik ben het volledig met Benoit eens dat een kunstwerk altijd de persoonlijke gevoelens en de hoogste impressies van de componist moet vertalen. Dit kan alleen maar eerlijk gebeuren wanneer dat kunstwerk geïnspireerd wordt door de taal zelf waarin de kunstenaar denkt. Ik heb dan ook geen ogenblik geaarzeld om voor de Prijs van Rome de Vlaamse tekst van Lady Macbeth te kiezen, al was het een slechte vertaling. Dit wil niet zeggen dat ik nooit op een Franse tekst zou willen componeren. Ik zou me er alleen maar aan wagen indien dit absoluut overeenstemt met mijn harmonische principes."

Na het behalen van de Romeprijs werd Mortelmans als een ware volksheld in Antwerpen ingehaald. Zijn overwinning had een meer dan symbolische betekenis in Benoits strijd om zijn Muziekschool te laten verheffen tot Koninklijk Conservatorium. Het is dan ook geen verrassing dat Mortelmans tijdens de festiviteiten voor het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen in 1897 prominent aanwezig was. Tijdens het feestconcert op 12 september 1897 dirigeerde Mortelmans Benoits Feestzang en zijn eigen gelegenheidswerk Hulde aan Peter Benoit.

Na Benoits dood in 1901 circuleerde Mortelmans' naam als mogelijke opvolger. Toen uiteindelijk Blockx werd benoemd kreeg Mortelmans de cursus contrapunt en fuga aangeboden, na het directeurschap de functie met het meeste aanzien. Na Blockx' overlijden in 1912 stelde Mortelmans expliciet zijn kandidatuur. Hij had ondertussen een grote reputatie opgebouwd als dirigent van de Maatschappij der Nieuwe Concerten, een concertvereniging die ook internationale dirigenten en solisten naar Antwerpen haalde.

Maar deze keer moest hij tot zijn grote ontgoocheling de duimen leggen voor Emile Wambach. Mortelmans bleef professor contrapunt en fuga, alom gerespecteerd voor zijn pedagogische kwaliteiten. Mortelmans-kenner Jan Broeckx hierover: "Als pedagoog heeft Mortelmans een groot aantal componisten opgeleid en wel op zulke wijze dat ze geen duplicaten van hemzelf, maar zelfstandige, uiteenlopende persoonlijkheden zijn geworden: van de romantische en nationalistische Jef Van Hoof, tot de internationaal gerichte expressionist Jef Van Durme."

In 1921 werd Mortelmans geëngageerd voor een tournee doorheen de Verenigde Staten. Dit resulteerde in verschillende Amerikaanse uitgaven van zijn werken. Na het overlijden van Wambach op 6 mei 1924 werd Mortelmans op 6 september van dat jaar de vierde directeur van het Antwerpse Conservatorium. Onder Mortelmans' bestuur liep het leerlingenaantal met de zowat de helft terug: van 1.500 in 1924 tot 740 in 1931. Dit is te verklaren door een samenloop van omstandigheden: de economische crisis, de hogere belastingen op 'live'-muziek in cafés en dancings waardoor veel uitbaters voor een mechanisch orgel of een platendraaier kozen, de doorbraak van de geluidsfilm en ook Mortelmans' streven naar kwaliteit.

Het directeurschap werd in die tijd vooral beschouwd als een beloning voor eminente componisten. Toch moest Mortelmans veel tijd en energie in administratieve aangelegenheden steken. In een brief van Pol De Mont op 16 juni 1926 klaagde hij over de bureaucratie die elke creativiteit doodde: "Het leven vraagt van mij, eenzame, een groot offer. Komponeeren? 'k Zit zoodanig beetgepakt in het raderwerk van de administratieve machine, dat ik niet meer weet ooit te hebben kunnen komponeeren of het ooit nog te kunnen." Mortelmans' belangrijkste verdienste als conservatoriumdirecteur was misschien wel dat hij veel belang hechtte aan de symfonische conservatoriumconcerten. Zo organiseerde hij in mei 1933 een opgemerkt driedaags Brahmsfestival. Het was een van zijn laatste activiteiten als conservatoriumdirecteur want dat jaar bereikte hij de leeftijdsgrens en werd hij opgevolgd door Flor Alpaerts.

Na zijn pensioen trok hij zich terug in Waasmunster waar hij verderging met componeren van pianomuziek, het orkestreren van vroegere liederen, het arrangeren van volksliederen en het schrijven van een handboek voor contrapunt.

Als componist liet Mortelmans zich al tijdens zijn studies opmerken toen in 1887 zijn lied De bloemen en de sterren werd bekroond in een Vlaams-Nederlandse compositiewedstrijd in Roeselare. In 1899 werd in Antwerpen een Mortelmans-festival georganiseerd waarop symfonische werken als Lente-Idylle, Homerische Symfonie en Mythe der Lente enthousiast werden onthaald. Toch zou hij zich nadien vooral manifesteren als lied- en pianocomponist. In zijn onovertroffen studie over Mortelmans onderscheidde Jan Broeckx in Mortelmans' liedkunst een zestalperiodes: romantisch realisme (1887-1896), stemmingslyrisme (1900-1902), een eerste eclectische periode (1903-1913), een periode van introspectie (1913), een tweede eclectische periode (1925-1934) en de periode van evenwicht tussen expressie en impressie.

In zijn beste liederen lukte Mortelmans er wonderwel in om, zoals Broeckx het verwoordde, een volstrekte psychologische eenheid van tekst en muziek te realiseren. Mortelmans componeerde vooral op gedichten van Guido Gezelle, maar greep ook naar teksten van Goethe, Van Eeden en Baudelaire. Andere kwaliteiten van zijn liedkunst zijn de evenwichtige opbouw, de elegante melodie en de efficiënte en expressieve pianopartij. Zijn liederen behoren tot het beste van wat er in die jaren geschreven werd. Mortelmans werd dan ook zeer terecht de "Prins van het Vlaamse lied" genoemd.

Mortelmans' pianostukken hebben meestal een liedachtig karakter. Het zijn veeleer intimistische miniaturen dan virtuoze concertstukken. Tot zijn bekendste pianowerken horen Vier lyrische stukken (1919), Het wielewaalt en leeuwerkt (1921) en Saidja's lied (1929).

Zijn orkestwerken evolueren van beïnvloeding door Brahms, Schumann en Wagner tot een vroeg impressionisme. Zijn opera Kinderen der Zee (libretto van Raf Verhulst) behoort qua thematiek tot het romantisch realisme terwijl de partituur zelf nog onder invloed van Wagner staat.

Mortelmans heeft in Vlaanderen de brug geslagen tussen de romantiek en het impressionisme. Omdat hij na de gemeenschapskunst van Benoit en het burgerlijk realisme van Blockx het tijdperk van de individualistische ontroering en het geësthetiseerde kunstwerk inleidde, vergeleek Jan Broeckx zijn cultuurhistorische betekenis met die van de Van Nu en Straksers in de literatuur.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde