Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Legley, Vic

Hazebroek, 18/06/1915 > Oostende, 28/11/1994

Artikels

Höflich-uitgave: Before Endeavours Fade, op. 92 voor strijkorkest (1977) van Victor Legley

Nadat we eerder van Vic Legley nieuwe partituuredities van zijn Vioolconcerto nr. 2 en van zijn symfonische schets La cathédrale d'acier publiceerden, verschijnt deze maand bij Musikproduktion Höflich in München een nieuwe, door Stijn Saveniers geëditeerde uitgave van misschien wel Legley's bekendste werk, Before endeavours fade. 

'Victor Legley werd geboren in het Frans-Vlaamse Hazebroek (officiële naam: Hazebrouck) in het Franse Département du Nord. Zijn ouders waren wegens het dreigende oorlogsgeweld vanuit hun woonplaats Ieper over de Franse grens gevlucht, waar Victor Legley op 18 juni 1915 werd geboren. Met dit werk voor strijkorkest brengt Legley hulde aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog én aan zijn moeder (op de partituur noteerde hij: ‘Voor ma’). In de partituur van dit klinkend in memoriam verduidelijkte hij verder:

‘De titel is moeilijk te vertalen. De gedachte die hem het best benadert is deze: vooraleer de goede wil verdwijnt. Before endeavours fade is de titel van een brochure die leidt langs de slagvelden – lees kerkhoven – van de oorlog 14-18. Meestal leiden deze wegen naar Ieper, de stad van mijn jeugd. Ik heb al die kerkhoven bezocht, her en der verspreid in de streek, als zoveel bewijzen van het absurde van elke illusie. Ze waren mijn vrienden, die honderdduizenden jonge mannen, known unto God. Welke God? Waarom zijn ze gestorven, voor wie? Sindsdien herinnert elk moment aan de monsterachtige nutteloosheid van hun dood. Niemand heeft begrepen. Tot het einde der tijden zal men verder gaan met het doden van jonge, hoopvolle mensen, altijd ter ere van dezelfde princiepen, die – door diegenen die ervan leven – idealen worden genoemd.
Zal men ooit begrijpen, voor de goede wil verdwijnt?
Before endeavours fade?’

Het boek waarnaar Legley verwijst is Before endeavours fade: a guide to the battlefields of the First World War van Rose E. Coombs, een medewerker van het Imperial War Museum in Londen. Dit standaardwerk uit 1980 kende verschillende herdrukken en werd na Coombs’ dood in 1991 nog bijgewerkt.

Naast een postume hulde aan de oorlogsslachtoffers en aan zijn moeder, zou Legley het werk ook bedoeld hebben als gelegenheidswerk voor de 175ste verjaardag van het kapittel van de Brusselse loge Les amis philanthropes. Legley was lid van verschillende loges en componeerde Zeven maçonnieke liederen (voor bariton en piano).

Dit werk markeert een kantelperiode in Legley’s oeuvre: rond die tijd begon hij op vraag van Yvon Ducène, de dirigent van het Groot Harmonieorkest van de Gidsen, te componeren voor harmonieorkest. Eerst bewerkte hij orkestwerken voor harmonieorkest (Le bal des halles uit 1954 in 1977 en Before endeavours fade in 1979), nadien schreef hij ook originele werken voor blaasorkest, zoals Hommage à Jean Absil (1979), Paradise regained (1986) en de Zevende symfonie (1988). Daarna zou hij met zijn Derde vioolconcerto (1990) en Achtste symfonie (1993) naar het symfonisch orkest terugkeren.

In de partituur van Before endeavours fade schrijft Legley acht violen, twee altviolen, twee cello’s en één contrabas voor. Maar in een nota in het handschrift noemt hij dit een minimum: ‘Graag meer! Bijzonder wat alti, celli en bassen betreft.’

Van zowel de originele versie voor strijkorkest als van de bewerking voor harmonieorkest zijn cd-opnames beschikbaar:
The Flemish connection: orchestral music / Vlaams Radio Orkest o.l.v. Jan Latham-Koenig
(Klara MMP 024, 2002)
Victor Legley: works for symphonic band / Royal Symphonic Band of the Belgian Guides o.l.v.
Norbert Nozy (René Gailly CD87 123, 1996)

Duurtijd: 8 à 9 minuten

Deze partituur werd gerealiseerd door Stijn Saveniers op basis van een facsimile van het autografisch handschrift dat wordt bewaard in de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Een facsimile van het handschrift werd ook gepubliceerd als bijlage van de Muziekkrant van januari 1980.'

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2580, 2019].