Candael, Karel

Antwerpen, 04/09/1883 > Rotterdam (NL), 27/03/1948

Artikels

Höflich-uitgave: Wereldoorlog I en muziek - Vlaamse liederen over de IJzer (1914-1918)

  • Émile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924), Le Chant d'Yser (Henri de Puymaly)
  • Roel Steppe (Aalst, 1882 - Sint-Niklaas, 1975), Lied van de dood (Frans van Raemdonck)
  • Emiel Hullebroeck (1878-1965), De verworpelingen van den Yzer (onbekend)
  • Emiel Hullebroeck, Aan mijn Belgen bij den Yzer (Karel Van den Oever)
  • Karel Candael (Antwerpen, 1883 - Rotterdam, 1948), Voor vorst en vaderland (Frans Fiten)
  • Robert De Leye (Etikhove, 1891 - Dendermonde, 1937), Eendracht (Pol van Dorpe)
  • Auguste Eenhaes (Brussel?, ? - Brussel?, 1938), Les régiments de Marne et d'Yser (Noël Desaux)
  • Arthur Verhoeven (Zandhoven, 1889 - Schoten, 1958), Daar kwam een Yzerjongen (Jozef Simons)
  • César Michiels (?, 1879 - Gent?, 1942), Een onbekende held (Kommandant Sevens)

Deze uitgave bundelt oorlogsliederen die tekstueel refereren aan de IJzer, de rivier in de Vlaamse Westhoek, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een bepalende rol speelde. Nadat de Belgische defensielinie langs de Maas was doorbroken en Antwerpen was gevallen, trok het Belgische leger een verdedigingslinie op langs de IJzer, meteen de meest westelijke schakel van de geallieerde verdedigingslinie. Nadat de IJzervlakte onder water werd gezet, evolueerde de oorlog naar een vier jaar durende stellingenoorlog en kreeg de IJzer een haast mythische reputatie die werd bezongen in gedichten en liederen. In Émile Wambachs concertaria Le Chant d'Yser wordt de IJzer zelfs gepersonifieerd, als een getuige van het lijden en het geweld aan het front. Na de oorlog gaat het volk er op pelgrimage, wat preludeert op de IJzerbedevaarten die sinds 1920 werden georganiseerd, om onder het motto 'Nooit meer oorlog' de gesneuvelde Vlaamse soldaten te memoreren.

Lied van de dood van Roel Steppe is geschreven op tekst van Frans Van Raemdonck (1897-1917), die samen met zijn broer Edward in Steenstrate sneuvelde op 26 maart 1917." 'k Zal sterven zo ver van huis", schreef hij in dit gedicht; het was al even profetisch als een van zijn andere versregels: "Te saam vereend, in vreugd' en nood, als d'eene sterft, de andere dood." De broers werden samen begraven en groeiden uit tot een symbool van de Frontbeweging, die zicht verzette tegen het dominante Franstalige taalbeleid van het leger. Steppes lied is nadrukkelijk opgedragen aan de oorlogsslachtoffers 'van alle landen.'

Ook Emiel Hullebroeck schreef met De verworpelingen van den IJzer een lied dat de situatie van de Vlaamse soldaten aan het IJzerfront aanklaagde: "Als boeven hebben wij geboet / gebukt voor vuisten en voor zwepen / omdat ons vaderVlaming was." Een zinsnede als "geen adem, geen gezondheid meer", verwijst dan weer naar de gasaanvallen die de Duitsers vanaf april 1915 rond Ieper lanceerden. Hullebroeck bracht een deel van de oorlog in het neutrale Nederland door, waar hij veel liederavonden verzorgde. Met de opbrengsten financierde hij Het werk der Vlaamse oorlogsmeters, een organisatie die in 1916 door zijn echtgenote Anna De Vos en de onderwijzer Johan De Maegt was gesticht en die de IJzersoldaten met brieven en tabak moreel en materieel steunde. In het lied Aan mijn Belgen bij den Yzer benadrukt Hullebroeck vooral de eensgezindheid van Vlamingen en Walen tegenover de vijand, een boodschap die ook doorklinkt in Karel Candaels Voor vorst en vaderland! (1915) en in het na de oorlog gecomponeerde Eendracht van Robert De Leye: "Aan Maas en Yzer stonden zij samen in 't gevecht".

In de 'chanson-marche' Les régiments de Marne et d'Yser van Auguste Eenhaes, op tekst van de Brusselse auteur-uitgever Noël Desaux, wordt dan weer de fraterniteit tussen de Franse en de Belgische soldaten bezongen, die heldhaftig aan de Marne en de IJzer vechten. In Daar kwam een Yzerjongen van Arthur Verhoeven en Jozef Simons keert een IJzersoldaat na vier jaar terug om te trouwen met zijn geliefde. Simons, die zelf aan het IJzerfront streed, drukt de vergeefse hoop uit dat hun kinderen nooit nog oorlog zullen kennen: 'God! Dat ze van hun leven / noch krijg, noch Yzer zien!' Die hoopvolle boodschap staat in schril contrast met het aan de gesneuvelde frontsoldaten opgedragen lied Een onbekende held van César Michiels, waarin hulde wordt gebracht aan het graf van een onbekende soldaat. Altijd iemands vader, altijd iemands kind ...

Deze partituur werd gepubliceerd in samenwerking met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek (www.svm.be).

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2504, 2014].