Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Busschop, Jules

Parijs (FR), 10/09/1810 > Brugge, 10/02/1896

Biografie

Busschop, Jules

door Karolien Selhorst en Annelies Focquaert

Jules-August-Guillaume Busschop stamde uit een welstellende Franstalige Brugse familie. Zijn vader, François-Jacques Busschop (1763-1840) was rechter bij de burgerlijke rechtbank van het departement Brugge en werd in 1798, onder het bewind van Napoléon I, benoemd tot rechter aan het Hof van Cassatie. Enkele jaren later verhuisde hij met zijn gezin naar Parijs, waar hij verder carrière maakte en waar zijn zoon Jules het levenslicht zag.

Jules Busschop kreeg een verzorgde opvoeding maar zou heel zijn leven autodidact blijven als componist. Zijn ouders moedigden zijn muzikale talent en interesse aan en betaalden lessen harmonie bij muziekleraar P.A. Granghon, die de eerste composities van de jonge Jules onder de aandacht bracht van beroemdheden als Kreutzer, Habeneck en Cramer, die hem vervolgens met advies bijstonden.

In 1828 vroeg vader Busschop - intussen drager van de 'Légion d'honneur' en de adellijke titel 'Chevalier d'Empire' - het emeritaat aan, waarop het gezin naar Brugge terugkeerde. De achttienjarige Jules legde zich op eigen kracht verder toe op harmonie, contrapunt en muzikale vormleer, "sans autre guide que les livres d'Albrechtsberger et de Reicha" (Fétis) en door het bestuderen van de werken van andere componisten. Dankzij zijn materiële welstand kon hij zich onbekommerd toeleggen op het componeren. Hij zou een uitgebreid en gevarieerd oeuvre bij elkaar schrijven: missen, motetten, koor- en orkestwerken, een opera en liederen.

In 1834 behaalde hij zijn eerste succes tijdens een wedstrijd die door de kersverse Belgische staat was uitgeschreven om componisten te ondersteunen, ter gelegenheid van de septemberfeesten (waarmee de revolutie herdacht werd). Met zijn patriottische cantate Le drapeau belge voor koor en orkest won hij de eerste prijs, tussen meer dan 30 inzendingen. In de jury zaten onder meer Fétis, Daussoigne-Méhul en Niedermeyer. Busschop zelf wilde niet gezegd hebben dat dit de eerste Belgische Prix de Rome voor muziek was, maar toch werd hij later algemeen beschouwd als de eerste winnaar ervan.

Busschop liet in 1836 een Symphonie en fa uitvoeren in het stadhuis van Parijs en Fétis dirigeerde het werk in 1846 tijdens de prestigieuze 'Concerts du Conservatoire' in Brussel. In La Belgique musicale werd de symfonie toen geprezen om haar "instrumentation brillante et variée" en de moeiteloze en heldere ontwikkeling van de muzikale ideeën naar het model van Beethoven.

In juli 1846 werd zijn Cantate de Simon Stévin uitgevoerd in Brugge, bij de plechtigheden ter gelegenheid van de driehonderdste verjaardag van de ingenieur-wiskundige Simon Stévin (1548-1620). Enkele maanden later werd de cantate opnieuw uitgevoerd tijdens het festival van het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond in Brussel. Voor deze gelegenheid was de cantate herwerkt op Nederlandse tekst en kreeg ze de sprekende titel Het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond. Niet minder dan 1200 zangers en 200 instrumentalisten voerden het werk uit, met zeer groot succes. In 1871 werd dezelfde cantate - met licht gewijzigde tekst - trouwens opnieuw gebruikt voor de inhuldiging van het Memlinckstandbeeld in Brugge.

Vanaf het succesjaar 1846 kreeg Busschop meer en meer aanzien in het Belgische muzieklandschap, onder meer als jurylid bij de nationale compositiewedstrijd van de Prix de Rome in 1849, 1851 en 1853. In deze periode gaf hij ook privé-les harmonie en compositie aan Johan De Stoop, die zich later zou gaan inzetten voor de Vlaamse muziek. Voor het huwelijk van de hertog van Brabant (de latere Leopold II) en aartshertogin Marie-Henriette van Oostenrijk in 1853, schreef Busschop in opdracht van de Belgische staat een Messe Solennelle die door pers en publiek lovend werd onthaald. Ridder Xavier van Elewijck omschreef de mis later als "une des plus remarquables qui aient paru, dans notre pays, pendant les cinquante premières années de notre indépendance." Toen in 1860 een Te Deum van Busschop werd uitgevoerd ter gelegenheid van de 29e verjaardag van de kroning van Leopold I, schreef een recensent van Le guide musical: "l'oeuvre de Busschop (..) est fort remarquable et digne de figurer à côté des meilleures du genre".

Dat Busschop zich naast het componeren ook graag met poëzie bezig hield, is niet alleen terug te vinden in zijn Miscellanées poétiques (een in 1885 uitgegeven bundel gedichten, epigrammen en aforismen) maar ook in La Toison d'Or, zijn opera over de geschiedenis van Brugge waarvoor hij zelf het libretto schreef en waaraan hij vermoedelijk begin jaren 1860 begon te werken. Hoewel La Toison d'Or als opera nooit het podium haalde, werd de ouverture ervan diverse keren uitgevoerd vanaf 1865. De Brugse concertvereniging 'La Réunion musicale' organiseerde in april 1874 twee quasi integrale (concertante) uitvoeringen van het werk. Bij die gelegenheid schreef de krant L'Avenir des Flandres: "tout Bruges a voulu juger La Toison d'or et rendre un juste et éclatant hommage à l'éminent compositeur qui soumet trop rarement ses oeuvres à l'appréciation du public". Busschop werd vooral geprezen om zijn meesterlijke orkestratie.

Aan het einde van zijn leven werd hij gehonoreerd met diverse onderscheidingen en eretitels, onder meer met de benoeming tot officier in de Leopoldsorde in 1880 en het lidmaatschap van de Koninklijke Academie in 1883. Het feit dat hij gaandeweg blind werd, weerhield hem er niet van om te blijven componeren.

In september 1892 voerde Gevaert een delegatie Belgische componisten aan (waaronder Jouret en Lassen), om in Brugge een eerbetoon te brengen aan de jarige Busschop. Bij Busschops 83e verjaardag in 1893 verscheen in Le guide musical een hulde aan "le doyen des musiciens et compositeurs belges" en "le vétéran de l'art national", waarmee het weekblad pleitte voor de herwaardering van een componist die zich al had onderscheiden toen België nog in zijn kinderschoenen stond en die mee aan de wieg had gestaan van de nationale school. In datzelfde jaar 1893 werd hij nog gehuldigd door zijn Brugse collega-muzikanten en een jaar later door de stad Brugge, als herinnering aan de 60e verjaardag van de wedstrijd van 1834.

Na zijn overlijden in 1896 werd de componist echter snel vergeten. Verschillende van zijn werken werden uitgegeven (onder meer in eigen beheer maar ook bij Schott en bij Breitkopf-Härtel), maar het meeste bleef in enkel handschrift bewaard, voornamelijk in het Rijksarchief Brugge en in de bibliotheek van het Gentse Conservatorium (270 titels). Geen van deze werken wordt vandaag nog gespeeld.

Als één van de eerste componisten die de muzikale vlag van de jonge Belgische staat konden verdedigen, lijkt Busschop ondanks verschillende eervolle opdrachten in de jaren 1850 en 1860, de kans gemist te hebben om zich aan te sluiten bij de groeiende muziekscène van de grote steden, o.m. door in het eerder provinciale Brugge te blijven (Fétis schrijft dat Busschop in deze stad ver verwijderd was "de tout secours pour l'étude de la composition").

Waarschijnlijk was hij als componist te weinig ambitieus (iets wat hij zich financieel kon permitteren), was hij niet genoeg voorzien van zwaarwegende diploma's, en was hij te gehecht aan zijn thuisstad om zijn aanvankelijke nationale carrière ook te laten voortduren. Maertens ziet nog een andere reden voor het feit dat Busschop als componist niet alle verwachtingen inloste: "Zijn liberaal francofoon milieu en zijn gebrek aan inlevingsvermogen in de geest van de groeiende Vlaamse bewustwording remden zijn eerder gevestigde nationale faam als componist af".

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Karolien Selhorst en Annelies Focquaert