Bessems, Antoon

Antwerpen, 06/04/1809 > Antwerpen, 19/10/1868

Biografie

Bessems, Antoon

door Jan Dewilde

Antoine Bessems kreeg zijn eerste muziekopleiding in de Antwerpse Carolus Borromeuskerk en de muziekkapel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. In 1826 trok hij naar het Conservatorium van Parijs, waar zijn broer Joseph (1809-1892) cello studeerde. Bessems kreeg er vioolles van de vioolvirtuoos, -pedagoog en componist Pierre Baillot en kwam er ook in contact met Hector Berlioz, met wie hij bevriend raakte. Een merkwaardige getuigenis van deze vriendschap is het in 1991 in de Antwerpse Carolus Borromeuskerk teruggevonden autografisch manuscript van Berlioz’ Messe solennelle. Op het titelblad noteerde Bessems: La partition de cette messe entièrement de la main de Berlioz m’a été donnée comme souvenir de la vieille amitié qui me lie à lui. A. Bessems, Paris, 1835. Meer dan waarschijnlijk heeft Bessems in Parijs meegewerkt aan uitvoeringen van Berlioz’ werk.

Na zijn studies bleef Bessems in Parijs. Hij gaf er vioollessen, speelde concerten en werd na een auditie aangesteld tot vioolsolo van het 'Théâtre Italien'. Voor eigen gebruik schreef hij een hele reeks kamermuziekwerken, soms in samenwerking met zijn Franse collega’s Louis-Emmanuel Jadin of Jules Dejazet. Verschillende van zijn werken werden in Parijs gepubliceerd, zoals liederen, vioolduo’s, werken voor viool en piano en vioolfantasieën met orkestbegeleiding. Tussendoor concerteerde Bessems in Italië, Duitsland, Engeland en in zijn geboorteland. Zo was hij betrokken bij de Rubensfeesten van augustus 1840 in Antwerpen, waarvoor hij een gelegenheidshymne componeerde. In 1845 werd Bessems dirigent van de 'Société royale d’Harmonie d’Anvers'. Op 7 juni 1846, dirigeerde hij er het inauguratieconcert van de nieuwe zaal: hij opende het programma met de ouverture tot Les Francs-Juges van zijn vriend Berlioz en sloot af met de eerste uitvoering van zijn eigen Introduction et valses nouvelles. Binnen de 'Société d’Harmonie' werkte hij ook mee aan kamermuziekconcerten.

Voor de Antwerpse kathedraal schreef hij meerdere liturgische werken. Op 24 augustus 1846 werd er een vijfdelig motet met cellosolo van zijn hand uitgevoerd. De 2me Messe solennelle à grand orchestre et choeurs werd op 22 augustus 1847 in de kathedraal gecreëerd onder de leiding van zijn broer Joseph. Ook Bessems’ derde mis werd op 16 september 1849 bij de eerste uitvoering door zijn broer gedirigeerd. Later volgden nog een vierde en vijfde orkestmis en een Te Deum.

In het voorjaar van 1850 vestigde Bessems zich opnieuw in Parijs, als vioolleraar en uitvoerder. Bessems liet er zich opmerken als chambrist, waarbij hij veel aandacht aan het klassieke repertoire besteedde. Zo speelde hij op 15 maart 1860 in de 'Salle Érard' een concert met muziek van Haydn, Mozart en Beethoven, waarbij hij werd begeleid door Camille Saint-Saëns. Bessems kende Saint-Saëns als kind al: hij kwam aan huis bij diens moeder, de schilderes Clémence Collin die sinds 1835 weduwe was. Sommige bronnen beweren dat Bessems een relatie had met Saint-Saëns’ moeder. Alleszins droeg de zevenjarige Saint-Saëns zijn op 8 januari 1842 voltooide vioolsonate in Bes aan Bessems op, een werk dat hij tijdens zijn eerste publieke optreden als wonderkind samen met Bessems uitvoerde. De relaties met Clémence Collin bekoelden toen ze merkte dat Bessems meer belangstelling voor haar dan voor haar muzikale zoon aan de dag legde, maar Bessems en Saint-Saëns bleven nadien nog jarenlang samen concerteren.

Een volledig overzicht van zijn oeuvre is voorlopig niet beschikbaar, maar hij liet alleszins een honderdtal werken na: liturgische muziek, liederen, kamermuziek, vioolwerken (o.a. een concerto) en orkestwerken.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Jan Dewilde