Benoit, Peter

Harelbeke, 17/08/1834 > Antwerpen, 08/03/1901

Artikels

Höflich-uitgave: 4 Fantaisies (1860)

Normal 0 21 false false false NL-BE X-NONE X-NONE

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 571, 2012].

Höflich-uitgave: Vingt motets

In Le Guide musical van 24 september 1868 publiceerde muziekuitgeverij Schott een advertentie voor de recente uitgave van 20 nouveaux motets pour voix égales avec accompagnement d'orgue ou d'harmonium van Peter Benoit. Rond diezelfde tijd zetelde Benoit in de jury van de ‘Grand concours international de musique sacrée de Belgique’, een internationale compositie-wedstrijd die georganiseerd werd door Schott in samenwerking met het ‘Congrès de musique religieuse de Belgique’.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 583, 2013].

Höflich-uitgave: Trois mélodies sans paroles, op. 2

Peter Benoit componeerde deze ‘mélodies sans paroles’ in september 1858 in Berlijn. Als laureaat van de Prix de Rome in 1857 was hij in het voorjaar van 1858 begonnen aan een studiereis die hem eerst door Duitsland zou voeren en die hem in 1859 naar Parijs bracht. Tijdens zijn Duitslandreis bezocht Benoit onder meer Keulen, Bonn, Leipzig, Dresden, München - hij leerde er Franz Liszt kennen -, Berlijn en Praag, waar hij zijn leermeester François-Joseph Fétis ontmoette.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 584, 2013].

Höflich-uitgave: De Schelde (1867-1868)

Peter Benoit begon de compositie van zijn 'romantisch-historisch oratorium' De Schelde enkele weken vóór zijn officiële aanstelling als directeur van de Antwerpse stedelijke muziekschool (het latere Koninklijk Vlaams Conservatorium). Voor het libretto werkte hij samen met de schrijver Emanuel Hiel (1834-1899) die hem ook de teksten leverde voor de cantate Lucifer (1866), het zangspel Isa (1867), de cantate Hymnus aan de schoonheid (1882) en voor vele liederen en koren.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 586, 2013].

Höflich-uitgave: Messe Solennelle (1860)

Peter Benoit voltooide op 22 april 1860 zijn Messe solennelle in Parijs, waar hij toen verbleef met een stipendium als laureaat van de Prix de Rome. Terwijl hij in Parijs tevergeefs probeerde een opera uitgevoerd te krijgen, wilde hij zich op het thuisfront als componist van religieuze muziek manifesteren. Als beginnend componist had hij een reeks motetten gecomponeerd en tijdens zijn studiereis als laureaat van de Prix de Rome voltooide hij in Berlijn in de zomer van 1858 een dubbelkorig Ave Maria en een Cantate de Noël.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 586, 2013].

Höflich-uitgave: Quatuor, opus 10 (1858)

Peter Benoit componeerde zijn enige strijkkwartet tijdens de eerste studiereis die hij maakte na het behalen van de Prix de Rome (1857). Met het stipendium dat aan die prestigieuze staatsprijs voor compositie verbonden was, trok hij rond 15 maart 1858 naar Duitsland, waar hij via Keulen en Bonn halt hield in Leipzig. Diezelfde weg was hem voorgegaan door Adolphe Samuel (1824-1898) die in 1845 de Prix de Rome had gewonnen en toen met zijn reisbeurs eerst naar Felix Mendelssohn Bartholdy in Leipzig was gereisd.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2506, 2015].

Höflich-uitgave: Tétralogie religieuse (1858-1863)

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 500, 2005].

Höflich-uitgave: Symfonisch gedicht voor klavier en orkest (1865)

Na zijn studies bij François-Joseph Fétis (1784-1871) aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, behaalde Peter Benoit in 1857 de Prix de Rome. Met het stipendium dat aan deze prijs was verbonden, maakte hij een studiereis door Duitsland en Bohemen en verbleef hij tussen 1859 en 1863 in Parijs. In de Franse hoofdstad componeerde hij onder andere een mis en een requiem en de pianobundel Contes et ballades.Toen zijn pogingen om in Parijs als operacomponist door te breken mislukten, keerde hij in 1863 naar België terug.

Bron: Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 510, 2005].

Höflich-uitgave: De oorlog (1869-1873)

Het driedelige oratorium De oorlog is zonder twijfel Peter Benoits magnum opus. Het libretto is van de dichter Jan Van Beers (1821-1888) en dateert van 1868. Vermoedelijk schreef hij de tekst onder de indruk van de gruwelen van de Amerikaanse Secessieoorlog (1861-1865) en van het Pruisisch-Oostenrijks conflict van 1866. Met de Frans-Duitse oorlog (1870) en, verder af, de eerste wereldoorlog in het vizier, stond Van Beers met zijn veroordeling van oorlogsgeweld niet alleen.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 548, 2009].

Höflich-uitgave: Plechtige optocht (1871)

Peter Benoit componeerde deze religieuze mars in 1871 voor de inhuldiging van de muurschilderingen die Godfried Guffens en Jan Swerts aanbrachten op de muren van de Sint-Joriskerk in Antwerpen. Die neogotische kerk, getekend door de Amsterdamse architect Léon Suys, werd in 1851 ingewijd, maar daarna werd nog verder gewerkt aan de torens en de binneninrichting. Guffens en Swerts waren twee leerlingen van Nicaise De Keyser aan de Koninklijke Academie van Antwerpen en tijdens een gezamenlijke studiereis (1850-1852) door Italië kwamen ze beiden onder de invloed van de prerafaëlieten.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 550, 2010].

Höflich-uitgave: Vlaanderens kunstroem - Rubenscantate (1877)

Het muzieknationalisme voelde de behoefte om beelden uit eigen streek en eigen geschiedenis te bezingen. Naast natuurbeschrijvingen waren ook vrijheidsstrijders, schrijvers en schilders populaire onderwerpen. In Vlaanderen waren vooral schilders het voorwerp van de negentiende-eeuwse heldencultus. Zij werden muzikaal geëerd door uiteenlopende componisten als Albert Grisar (Ouverture voor de Rubensfeesten van 1840), Jean Simon Eykens (La gloire de Rubens, 1840), Florimond Van Duyse (de operette Teniers te Grimbergen, ca.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 555, 2010].

Höflich-uitgave: De Pacificatie van Gent (1876)

Op 8 november 1576 werd te Gent van op het balkon van het stadhuis een verdrag afgekondigd tussen de verschillende gewesten in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden. Die Pacificatie van Gent kwam er na de opstand tegen de Spaanse bezetting van Filips II en was het grote ideaal van Willem van Oranje: hij streefde naar eenheid in de 17 gewesten in de Nederlanden en naar godsdienstvrijheid. Het verdrag stipuleerde verder dat de Spaanse troepen uit de Nederlanden verdreven zouden worden.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 556, 2010].

Höflich-uitgave: Prometheus van Peter Benoit

Deze partituur is Peter Benoits inzending voor de dubbele internationale compositiewedstrijd die werd uitgeschreven ter gelegenheid van de Exposition universelle van 1867 in Parijs. Componisten werden opgeroepen om een Cantate de l’Exposition (avec orchestre et chœurs) of een korte Hymne de la Paix in te sturen, beide op een opgelegde tekst. Voor de cantate werd, na een concours, het gedicht Les noces de Promethée van Romain Cornut fils geselecteerd.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2561, 2018].