Arschodt, Louis

Gent, 23/08/1879 > Sint-Amandsberg, 03/11/1946

Biografie

Arschodt, Louis

door Annelies Focquaert

Louis (Lode) Arschodt kwam uit een kunstzinnige familie: zijn broer Ernest was organist, componist en dirigent; zijn vader Gustave was organist en kapelmeester, zijn neef Oscar Roels was componist. Aan het Conservatorium van Gent ging hij zang, cello (bij Joseph Jacob) en kamermuziek studeren. Van onder meer Oscar Roels, Franz Uyttenhove en Adolph D'Hulst kreeg hij notenleer, harmonie, contrapunt en fuga. Hij behaalde eerste prijzen notenleer (1897), cello en kamermuziek (1900), strijkkwartet (1903) en zang in 1905. Na zijn afstuderen maakte hij een korte carrière als cellovirtuoos. Hij was korte tijd eerste cellist in de Nederlandse Schouwburg en de Waux-Hall in Gent en was ook zeer actief als chambrist in verschillende bezettingen. Omdat hij meer en meer historiserende concerten gaf - telkens met tekst en uitleg-, was hij een van de eersten die in Vlaanderen opnieuw viola di gamba speelde. Hij richtte ook het Gentsch Zang-Quartett op, waarmee hij oude muziek uitvoerde. Tijdens de oorlog 1914-1918 gaf hij in het stadhuis van Gent een concert waarop onder meer het tweede bedrijf van Monteverdi’s Orfeo te horen was; hij was in die periode ook zeer actief in een reeks liefdadigheidsconcerten (waarvoor hij in 1919 tot  ridder in de Kroonorde benoemd werd).

Maar het was vooral als dirigent dat hij zijn roeping vond. In 1908 werd hij dirigent van de Koninklijke Fanfare van Ieper (> 1914). Nadien kreeg hij de Koninklijke Harmonie Cecilia van Zele onder zijn hoede. In 1919 werd hij tweede dirigent van de beroemde Gentse koormaatschappij 'De Melomanen' naast dirigent Oscar Roels. Met de Melomanen verzorgde hij uitvoeringen van onder meer Hulde aan Conscience en Gloria Flori (De Boeck), Christus (Samuel) L’Aveugle né (Léon Du Bois), De laatste Zonnestraal (Huberti), Jacob van Artevelde (Gevaert), De Leie, De Genius des Vaderlands, De Wereld in en De Oorlog (Benoit), Kindervreugd (Gilson) en Yper-Cantate (Roels). In deze periode dirigeerde hij ook de Stadsharmonie van Gent. In 1920 begon hij muziekles te geven in het Koninklijk Atheneum (> 1939) en in 1923 zegde hij de Melomanen vaarwel om dirigent te worden van de Gentsche Volksconcerten en het koor Pro Arte Vocali. Aan het Gentse Conservatorium was hij repetitor notenleer (1919>1926), docent kamermuziek met piano en strijkkwartet (1922>1945) en titularis van de klassen kamermuziek, strijkkwartet en samenzang (1926>1945). In 1938 was hij één van de dirigenten op het Vlaamsch-Nationaal Zangfeest in Gent, samen met onder meer Arthur Meulemans, Ivo Mortelmans en Jef Tinel.

Hij stichtte rond 1928 de Volksmuziekschool in Gent, waar "waar mannen en vrouwen uit de Volksklas, na hun dagwerk in den winkel of op de fabriek, geoefend worden in het zingen van liederen en opera-fragmenten, die later moed, vertrouwen en geluk in het huisgezin kunnen brengen. Niets zoo roerend als het bijwonen van een prijskamp onder die simpele maar wilskrachtige volkselementen", aldus Lambrecht Lambrechts.

Hij bewerkte - vooral tijdens zijn Ieperse periode - verschillende orkestwerken voor kleine bezettingen als fanfare, kamerorkest of klavier en harmonium, vaak van Vlaamse componisten als Oscar Roels, Jef Van der Meulen, Karel Mestdagh of Hendrik Waelput. Verder schreef hij Melancolie voor cello en harmonium, de compositie Op! Op! Yper! (tekst van H. Sobry, 1910), de cantate Vlaanderen!  voor koor en fanfare (1912) en een Treurzang voor basviool (1912). Zijn compositorische bedrijvigheid lijkt te zijn stilgevallen toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert