Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Ancot, Jean [jr]

Brugge, 06/07/1799 > Boulogne (FR), 05/06/1829

Biografie

Ancot, Jean [jr]

door Annelies Focquaert

Jean Ancot (junior) kreeg zijn muzikale opleiding van zijn vader (Jean Ancot senior), die hem tussen zijn 6e en 18e levensjaar viool- en pianolessen gaf. Hij debuteerde op twaalfjarige leeftijd in de concertreeks in het Brugse theater als dubbeltalent, met het 12e vioolconcerto van Viotti en het 3e pianoconcerto van Steibelt. Vier jaar later begon hij met componeren: eerst een vioolconcerto, opgedragen aan Kreuzer, gevolgd door een pianoconcerto, opgedragen aan Pradher. In 1817 reisde hij naar Parijs, waar hij toegelaten werd aan het Conservatorium. Hij kreeg er pianoles van Pradher; Berton gaf hem compositieles. Maar hij had misschien beter gekund, schrijft Fétis: "des passions ardentes ne lui permirent pas de donner à ses études toute la sévérité désirable". In 1823, reisde hij naar Londen, waar hij tegelijkertijd directeur en leraar werd van het Atheneum én pianist van de hertogin van Kent (de moeder van de latere Koningin Victoria).

Toch leek ook dat hem niet echt te bevallen, want in 1825 nam hij afscheid van de Engelse hoofdstad (met een concert aan het hof op 7 januari van dat jaar), om een tijdlang door België te reizen. In Brussel gaf hij enkele prestigieuze concerten samen met zijn broer Louis, die - niet toevallig - hofpianist was van de hertog van Sussex (de broer van bovengenoemde hertogin en dus een oom van de latere Koningin Victoria). Zo speelden ze samen een concert voor het Belgische hof op 21 september 1825 en in de Brusselse Waux-Hall op 11 maart 1826. Daarna vestigde Jean Ancot zich als leraar in Boulogne-sur-Mer, waar hij overleed kort voor zijn 30e verjaardag.

Ondanks zijn vroege overlijden was hij een uiterst vruchtbaar componist, met meer dan 200 werken die werden uitgegeven in Londen, Parijs en Duitsland. Daaronder zijn verschillende composities voor viool en/ of piano, Six ouvertures à grand orchestre (uitgevoerd in de Opera van Londen en opgedragen aan Rossini), romances en orkestwerken. Grégoir meldt nog dat uit vele van deze werken een handig pianist blijkt "mais sous le rapport de la composition, elles sont fort faibles".

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert