Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Wilford, Arthur

Temse, 08/03/1851 > Sint-Joost-ten-Node, 23/12/1926

Biografie

Wilford, Arthur

door Jan Dewilde

Arthur Wilford studeerde aan het Brusselse Conservatorium, waar hij onder meer een eerste prijs piano behaalde. Van 1872 tot 1874 studeerde hij verder in Leipzig bij Ernst Richter (harmonie en contrapunt) en Carl Reinecke (compositie en piano).

Hij verbleef twee jaar als concertpianist in Londen - hij was trouwens van Engelse afkomst - en vanaf 1877 woonde hij in Dresden, waar hij muziekbijdragen schreef voor verscheidene Antwerpse en Brusselse kunstbladen. In die periode componeerde hij liederen op Duitse teksten, een opera en kamermuziek. Ook toonde hij zich er een propagandist van Peter Benoits werk: als pianist speelde hij regelmatig diens werk, hij maakte reducties van enkele van Benoits composities en in Keulen, Krefeld en Düsseldorf organiseerde hij uitvoeringen van De Rijn en Lucifer.

In 1890 keerde Wilford naar België terug en ging hij in Antwerpen wonen. Hij was er medestichter van de Volksconcerten en onder invloed van Benoit verdedigde hij het lyrisch drama. Niettegenstaande zijn inzet voor het werk van Benoit kon hij geen officiële functie in het Antwerpse muziekleven verkrijgen en viel hij, zoals vele anderen, rond de eeuwwisseling uit Benoits genade. Desondanks bleef hij na zijn verhuis naar Brussel het werk van Benoit propageren, onder andere met zijn Quatuor vocal et instrumental.

In 1902 begint hij "Het Vlaamsche lied", een abonnementsreeks waarin hij meer dan 200 liederen publiceerde van gevestigde namen als Joseph Ryelandt, August De Boeck, Paul Gilson en Jan Blockx, maar ook van beginnende componisten als Hendrik Van Schoor en Cesar Hinderdael.

Wilford componeerde nu ook zelf meer liederen op Vlaamse teksten van Willem Gijssels (de cyclus Langs de Schelde) en Lambrecht Lambrechts (de cyclus Door lief en leed). Verder schreef hij in die periode ook enkele dramatische werken op libretto's van Lambrechts, Gijssels en Floris T'Sjoen. Tot zijn Brusselse activiteiten behoren nog het stichten van het koor Neerlandia en de oprichting in 1904 van De Vlaamsche Muziekschool. Voor dit pionierswerk in het Nederlandstalige muziekonderwijs in de hoofdstad kreeg hij de steun van Gilson.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog trok hij naar Engeland waar hij tot 1919 in Sheffield verbleef. Hij werkte er onder meer aan een Vlaamsch Requiem (tekst van Cyriel Verschaeve), stichtte er een Vlaamsch Verbond en begon er een muziekschool voor Vlaamse vluchtelingen. Na zijn terugkeer in Sint-Joost-ten-Node stichtte hij het Genootschap van Vlaamsche Kunstenaars en heropende hij in 1923 De Vlaamsche Muziekschool (ook bekend als Wilfordschool).

Niettegenstaande zijn inzet voor de nationalistische muziekbeweging bleef Wilford toch een buitenbeentje. Zo schreef hij in vergelijking veel meer kamermuziek, iets waartoe hij in 1922 in Muziekwarande ook zijn collega's opriep: "Dus, Vlaamse kunstbroeders, roep ik u toe: in werken voor kamermuziek kunt gij een groot deel van de Vlaamse ziel uitzingen. Woorden zijn daartoe niet onmisbaar. Gebruikt - zo het past - hier en daar enkele brokjes van uw volksmotieven, van uw wonderschone oude liederen, - die heel Europa ons benijdt -, zoals de Russen en de Skandinaven dat met zoveel geluk hebben gedaan. Maar schrijft bijwijlen toch kamermuziek."

Een belangrijk deel van Wilfords werk is te situeren in de traditie van Brahms, Mendelssohn en Schumann.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde